Betekenis kunstmatige bocht (in een parcours) ...

Wat is juist: naar werk of naar het werk?

03-04-2024
Vooralsnog is alleen 'Ik ga naar het werk' of 'Ik ga naar mijn werk' standaardtaal. 'Ik ga naar werk' is ook gebruikelijk en lijkt steeds geaccepteerder te worden.

Zeker tot in het begin van de eenentwintigste eeuw zei en schreef vrijwel iedereen naar het werk of naar mijn werk. Tussen het voorzetsel en het zelfstandig naamwoord stond dus standaard een lidwoord of een bezittelijk voornaamwoord.

Ergens tussen 2010 en 2020 begon de verkorte vorm naar werk om zich heen te grijpen, net als op werk en na werk:

  • Veel mensen gaan met de auto naar werk.
  • Ik ben vandaag op werk, dus ik kan niet afspreken.
  • Zullen we na werk nog even iets gaan drinken?

Vooralsnog is naar werk niet erg gebruikelijk in verzorgde schrijftaal, maar het is heel goed mogelijk dat naar werk over een paar jaar zó gewoon is dat vrijwel niemand er nog over valt.

Vaste verbindingen

Vermoedelijk is 'Ik ga naar werk' ontstaan naar analogie van zinnen als 'Ik ga naar school' en 'Ik ben op kantoor.' Er zijn vrij veel van zulke combinaties van een voorzetsel en een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord. Meestal zijn dat vaste verbindingen die een plaats of richting aanduiden: op schoolin huisnaar bednaar kantoor, op zolderonder tafel, enz. Op het tabblad 'Achtergrond' lees je meer over deze verbindingen.

Langzaam maar zeker ontwikkelt 'Ik ga naar werk' zich ook tot zo'n idiomatische constructie. In 2015 schreef Aaf Brandt Corstius erover in Onze Taal: "Let u maar eens op. Binnenkort zegt u het zelf." Die voorspelling is nog lang niet voor iedereen uitgekomen: 'Ik ga naar werk' is nog niet als algemeen geaccepteerde standaardtaal te beschouwen. Maar de constructie past heel goed in een bekend grammaticaal patroon en is aan een onstuitbare opmars bezig.