23september2020
Veel mensen hebben geleerd dat er voor het voegwoord...
Het woord Prinsjesdag is met een hoofdletter, omdat...

Taaltip: benijdde / beneed

02-09-2020
De verleden tijd van benijden is benijdde. Bijvoorbeeld: 'Ik benijdde hem niet om zijn vervelende situatie.' Benijden heeft dus een zwakke vervoeging: benijden - benijdde - benijd.
Dat je soms de vorm beneed tegenkomt, is niet zo vreemd. Veel vergelijkbare werkwoorden met een ij worden wel sterk vervoegd, met ee in de verleden tijd. Het is bijvoorbeeld (be)lijden - (be)leedsnijden - sneed en rijden - reed. Het werkwoord benijden wijkt af van dit patroon, net als bijvoorbeeld bevrijden en (in)wijden.